Vanwege medische redenen geen mondkapje kunnen dragen en toch geweigerd?

Vanaf 1 december moet iedereen een mondkapje dragen in publieke binnenruimtes. Het College voor de Rechten van de Mens schreef een spoedadvies[1], aangezien sommige van de tijdelijke maatregelen een inbreuk zijn op bepaalde grondrechten. De maatregel moet daarom noodzakelijk en proportioneel zijn. 

Het College twijfelt niet aan de motieven achter de tijdelijke maatregelen om Covid-19 terug te dringen. Wel wordt er geadviseerd meer duidelijkheid en inzicht te geven in de gemaakte afwegingen met betrekking tot nut en noodzaak. 

De mondkapjesplicht in het openbaar vervoer en publieke binnenruimtes brengt enkele uitdagingen met zich mee. Mensen die vanwege een fysieke, verstandelijke of psychische beperking geen mondkapje kunnen dragen, opzetten of daarvan ernstig ontregeld raken, zijn uitgezonderd van deze plicht. Denk aan mensen die vanwege een fysieke beperking het mondkapje niet op kunnen zetten, mensen met longproblemen die ademhalingsproblemen krijgen bij het dragen van een mondkapje of mensen met een verstandelijke beperking of psychische aandoening die ontregeld zullen raken, als ook hun begeleiders. Ook als men spreekt met of tegen iemand met een auditieve beperking die afhankelijk is van liplezen, hoeft er geen mondkapje gedragen te worden*. Het is goed dat hier een uitzondering wordt gemaakt. Echter laat de communicatie hierover nog wel te wensen over.

ADV’s, waaronder Bureau Gelijke Behandeling Flevoland, krijgen al meldingen van mensen die ondanks deze uitzondering wel worden geweigerd. Het idee bij sommige winkeliers leeft dat zij hun eigen beleid mogen vaststellen, aangezien zij geen essentiële winkel zijn, zoals de supermarkt dat wel is. Zo werkt het natuurlijk niet. Alle winkels, en andere partijen die goederen en diensten leveren, moeten zich aan de wettelijke verplichting houden geen verboden onderscheid te maken op grond van handicap en chronische ziekte. “Een winkel mag mensen zonder mondkapje niet zomaar weren.” (Rijksoverheid[2]). 

Waarom worden mensen die een beroep maken op deze uitzondering van de mondkapjesplicht toch vijandig benaderd en/of gewoon geweigerd?

Communicatie. In de ochtend van 1 december werd er veel bericht over het ingaan van de mondkapjesplicht in publieke binnenruimtes. De (medische) uitzondering werd nergens genoemd. Ook het College wijst op het belang om heldere informatie over deze uitzonderingen te verschaffen, “opdat personen die een beroep doen op deze uitzonderingen niet te maken krijgen met afwijzende of negatieve bejegening door handhavers of derden op het moment dat zij geen mondkapje dragen.” Maar daar gaat het de eerste dag dus al mis. 

De rijksoverheid legt de verantwoordelijkheid verder bij de betreffende persoon zelf. U zou zelf moeten aantonen dat u onder de uitzondering valt, met bijvoorbeeld

  • “Het dragen van een faceshield[3] – als dat wel mogelijk is;
  • een kaartje laten zien waarmee u zich beroept op de vrijstelling.
  • een briefje van een (huis)arts, behandelaar of instelling;
  • een verklaring van een begeleider of een naaste die gebeld kan worden;
  • een hulpmiddel of relevante medicijnen laten zien.
  • Als er voor u een andere manier is om aan te tonen dat u onder de uitzondering valt, dan kunt u die ook gebruiken.”(Rijksoverheid)[4]

Het genoemde kaartje is tot stand gekomen in overleg met cliëntenorganisaties. Deze kan zelf geprint worden (Vilans)[5].  Direct naar het kaartje[6].

Mocht de persoon kunnen aantonen onder de uitzondering te vallen, dan is het wel belangrijk dat dit ook wordt (h)erkend door de handhaver en andere derden, zoals de winkelier. 

Valt u onder de uitzondering en ervaart u alsnog problemen? Of voelt u zich op een andere manier of op een ander vlak gediscrimineerd in deze coronatijd? Meld het bij Bureau Gelijke Behandeling Flevoland.  https://bureaugelijkebehandeling.nl/meldingsformulier/