Van omstander naar opstander: opkomen voor een ander bij discriminatie

De reactie van omstanders bij discriminatie is erg belangrijk. Maar wat doe je als iemand wordt gediscrimineerd? Grijp je in of blijf je staan kijken? KIS zet op een rijtje waarom ingrijpen belangrijk is, waarom mensen dit niet altijd doen en hoe je op een goede manier kan ingrijpen.

Waarom is ingrijpen belangrijk?
De dader kan hier van leren. Ook is het van invloed op de sociale norm. Je geeft ermee het signaal af ‘dit accepteren wij hier niet’. En die sociale norm heeft veel invloed op of mensen al dan niet discrimineren. “Wanneer mensen denken dat discriminatie bij hen op vereniging, op het werk, in de klas of op sociale media niet wordt geaccepteerd, dan wordt de kans op discriminatie aanzienlijk minder.”

Waarom grijpen omstanders niet altijd in?
Hier zijn verschillende redenen voor. Uit eigen ervaring van BGBF blijkt bijvoorbeeld dat mensen soms wel willen, maar niet weten hoe en ook bang zijn om de relatie te verstoren tussen henzelf en de dader. Dit blijkt ook uit het artikel van KIS: mensen zijn bang voor wat ingrijpen zou kunnen oproepen en “denken dat ze het niet kunnen of dat het geen effect heeft”. Verder worden onder andere nog genoemd een gebrek aan kennis, verantwoordelijkheidsgevoel of empathie, de ernst er niet van inzien of het zelf vooroordelen hebben als redenen voor omstanders om niet in te grijpen.

Om te zorgen dat er wel omstanders gaan ingrijpen zijn er dus eerst wat dingen nodig:
Er moet empathie ontstaan, vooroordelen moeten verminderd worden en ook moet er geoefend worden, zodat men durft in te grijpen en weet hoe.

Hoe grijp je in als omstander bij discriminatie
1. Activeer bij de dader dat je anderen gelijk en respectvol moet behandelen. Vaak hebben daders van discriminatie deze normen en waarden namelijk wel. Voorbeeld: ‘Je zegt nu dit, maar eigenlijk ken ik jou zo niet. Sta je nog steeds achter je opmerking?’
2. Geef inzicht in de gevoelens van het slachtoffer. Daders staan hier vaak niet bij stil. Voorbeeld: ‘Kan je voorstellen dat je je misschien minder fijn op het voelt op het werk als je met regelmaat dit soort opmerkingen over je afkomst hoort?’
2. Spreek iemand aan vanuit de groep. Als je wat met elkaar deelt is het namelijk makkelijker om elkaar aan te spreken: ‘Zo willen we hier toch niet met elkaar omgaan?’

Het blijkt dat witte daders en witte omstanders beter reageren op een witte ‘opstander’. “Dit gegeven maakt dat ‘witte’ mensen een extra verantwoordelijkheid hebben als het gaat om ingrijpen bij het zien van discriminatie; het kan juist effectief zijn als ‘witte’ mensen andere ‘witte’ mensen aanspreken op discriminatie.”

Vergeet het slachtoffer niet!
Biedt een luisterend oor en geef aan dat je melding kan doen van discriminatie bij Bureau Gelijke Behandeling Flevoland. www.bureaugelijkebehandeling.nl, 0320-233327. Ook als omstander/opstander kun je melding doen. Samen maken we er werk van.

Kijk voor het hele artikel op www.kis.nl