De stilte voorbij. Onderzoek naar discriminatie van Nederlanders met een Oost-Aziatisch uiterlijk

Racisme tegen Oost-Aziatische Nederlanders, bestaat dat? Onderzoekers van Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS) zijn in gesprek gegaan met mensen met Oost-Aziatische afkomst en hebben hen expliciet gevraagd naar ervaren discriminatie. Het verkennend onderzoek is onlangs afgerond.

NB Ervaren discriminatie is iets anders dan juridische discriminatie, waarbij er een (juridische) veroordeling is. Bij ervaren discriminatie gaat het om wat mensen zelf ervaren als discriminatie, en dat ook zo benoemen.

In de gesprekken werd aangegeven dat er sinds de uitbraak van corona meer verbaal geweld is. De meest ervaren vorm van discriminatie bestaat uit negatieve opmerkingen of scheldwoorden, nageroepen worden met de namen van Chinees-Indische gerechten. Kinderen van de deelnemers worden vaker uitgescholden of gepest, extra bewust gemaakt van hun uiterlijk of er wordt een gebaar gemaakt waarin spleetogen worden nagedaan.

Daarnaast houden mensen meer afstand. Een van de deelnemers geeft aan dat, in restaurants of cafeetjes, mensen opstonden of wegliepen. “Op de werkvloer merkte je dat collega’s meer afstand namen. En wij werkten in kantoortuinen.”

Door de aandacht die er in de media is geweest over discriminatie, corona en Chinese Nederlanders hebben de deelnemers die in Nederland zijn geboren, nu meer het gevoel dat zij er iets van mogen zeggen. Door op een indirecte manier te reageren, kan de ander geconfronteerd worden met de eigen woorden: “Meestal probeer ik zo een opmerking te maken dat ze zich op een andere manier racistisch gaan voelen.”

Ook wordt er steun gezocht binnen de eigen kring van familie en vrienden en worden situaties, die respondenten meemaken, op social media gepost, om aandacht te vragen voor deze soms subtiele vorm van discriminatie. “Ik heb pas iets gedeeld van de #datmeenjenietcampagne. Toen kreeg ik van vijf mensen complimenten, dat ik het had gedeeld. Dat was nieuw. Dat had ik niet verwacht zulke positieve reacties te krijgen.”

Door de toegenomen discriminatie zijn de deelnemers zich bewuster geworden van hun Oost-Aziatische achtergrond, en geven aan zich daar niet meer voor te schamen. Tegelijkertijd is er meer angst om verbaal en/of fysiek racistisch bejegend te worden. De impact van discriminatie is vooral groot omdat het niet om een losse opmerking of een eenmalige gebeurtenis gaat. Het is bijna altijd een opeenstapeling van ervaringen.

Binnen de Oost-Aziatische groep is de meldingsbereidheid over discriminatie laag omdat mensen niet weten waar en hoe ze een melding kunnen doen. 

Binnen Flevoland is Bureau Gelijke Behandeling aangewezen als antidiscriminatie voorziening. Elk incident, hoe klein die ook lijkt, kan bij ons gemeld worden.

Alle vormen van discriminatie in de publieke ruimte worden besproken met de regionale politie en met de gemeente. Wanneer er een trend duidelijk wordt in deze meldingen, kunnen we samen de gemeente de politie vragen om vaker die plekken te controleren, en daders aan te spreken op hun gedrag.

Daarnaast kunnen we met deze meldingen het belang van een goed antidiscriminatiebeleid benadrukken.

Dit kunt u doen via onze website: www.bureaugelijkebehandeling.nl/

Voor het volledige rapport: https://www.kis.nl/publicatie/de-stilte-voorbij

Afbeelding: NOS-jeugdjournaal, Hanwe