BLOG Alfred – Koningin

In mijn vorige blog kondigde ik al aan dat ik in mijn jeugd een aantal kanten van mezelf ontdekte waarvan ik goed besefte dat ik die beter maar een beetje verborgen kon houden, want ‘zulke dingen doe je toch niet’? (Lees hier mijn vorige blog om het geheugen weer even op te frissen 😉) Wat ik ontdekte was namelijk dat ik al van jongs af aan een soort van innerlijke drang had om me te verkleden als vrouw. 

Ik weet niet wat het was, maar die drang was er gewoon, en vaak was die ook niet tegen te houden! 

Als je een kind bent dan is dat geen punt voor jezelf, maar al snel werd me duidelijk dat het raar gevonden werd. En dan ga je het op den duur maar doen als je alleen bent. Stiekem dus, niet met een fijn gevoel maar gewoon omdat je de niet-aflatende druk ervan niet kan weerstaan. En toch was het ook een fijn gevoel wanneer het was gelukt om oude gordijnen, lakens, kleding van moeder of zus aan te kunnen trekken. Ik was in alles altijd de vrouw. Niet een meisje, nee, een Vróuw! Ik wilde de koningin zijn ik wilde met poppen spelen. Ik speelde met Lego en bouwde dan poppenhuizen en geen auto’s of zo, of ik speelde scenes na van de Sissi- films.

Ik wilde graag met mijn verjaardag een pop. Die kreeg ik ook wel, maar dan was het bijvoorbeeld een indiaan en geen barbiepop met leuke kleren erbij. 

Er is nog een foto van mij dat we als buurtkinderen met elkaar speelden. Ik speelde de koningin. De rest deed mee in het spel; heel natuurlijk in onze kinderlijke onschuld. Bij de foto die ervan gemaakt is, en die in mijn kinderfotoboek zat, schreef mijn moeder: “Ja Alfred, jij wilde altijd de koning zijn!” Ik snap het wel, maar het klopte niet! 

Toen ik iets ouder werd, ik denk zo rond mijn 8e, werd er door mijn ouders toch wel wat van gezegd. Dat je zoiets toch niet deed, en dat het raar was. Ik moest dat maar niet meer doen.

Ik was best een vrouwelijke jongen die op den duur heel goed wist wanneer iets wel of niet kon. Ik kreeg daar soms toch ook wel opmerkingen over, en in combinatie met mijn overgewicht zorgde het ervoor dat ik steeds onzekerder werd! 

Ik was raar en vreemd, concludeerde ik zelf.

Op den duur verdween het gevoel van willen verkleden en een vrouw willen zijn toch. Maar mijn onzekerheid werd steeds heftiger en zorgde menigmaal voor gevoelens van er niet meer willen zijn. In mijn puberteit voelde ik mij aangetrokken tot mannen, “echte” mannen! Ik wist niks van homoseksualiteit. Ja, dat zulke mensen met niet al te positieve termen werden aangeduid.  

Ik had seks met mannen, dit gebeurde allemaal heel stiekem. Verwarring alom, want wat ik zag over homoseksualiteit kwam tot me via de tv, en daar zag ik vaak heel vrouwelijke mannen. Ik was er wel achter dat dát niet mijn ding was. In mijn fantasie had ik toch altijd gedachten over een ander soort man! Daar komt bij dat ik ook niets anders wist natuurlijk! 

Ik wilde niet zo zijn!

Ik wilde graag “normaal” zijn en aan de uitgestippelde maatschappij meedoen. Dat de wil om met te verkleden als vrouw uit mijn leven was verdwenen was heerlijk: daar hoefde ik me in elk geval niet meer vervelend over te voelen. Maar dat ik homoseksueel zou zijn, nee, dat kon echt niet! Ik had echt het gevoel dat wanneer ik daarmee naar buiten zou komen, ik verstoten zou worden uit de gemeenschap waar ik in leefde. 

Nu weet ik dat ik het destijds prima aan mijn ouders had kunnen vertellen. Maar bij de jeugd waar je mee omgaat in zo’n dorp voelde ik me zeker niet veilig genoeg om dit op te biechten. Dus ik deed zo stoer mogelijk mee met wat zij ook deden. Zodat ik maar niet buiten de boot zou vallen. Stoer wilde ik zijn en mannelijk. Niet verwijfd of ook maar enigszins iets van wat zweemde naar homo-zijn!

De stiekeme seks bleef intussen. Die mannen voelden denk ik intuïtief aan dat ik er wel voor te porren was. Ik zocht het ook zelf op. Het gebeurde allemaal vaak in een alcohol-benevelde toestand. 

Door al die heen en weer slingerende gevoelens heb je als stress-eter nog meer aanleiding om te gaan eten. Dus werd ik dikker en dikker, terwijl ik vrolijk op en neer aan het jojoën was door allerlei crashdiëten te volgen! 

Met daarbij steeds het gevoel van waardeloos zijn en de gedachte aan zelfdoding. 

Door mijn clowneske houding, die ik nog altijd kon aannemen (zie mijn eerste blog) bleef ik wel in de groepen hangen waar ik zo graag bij wilde horen. Maar toch voelde ik me altijd een vreemde eend in de bijt. Gelukkig kan ik nu concluderen dat vooral mijn positieve instelling me erdoorheen heeft getrokken. Opmerkingen over mijn gewicht en uiterlijk kon ik daarmee pareren. Maar met mijn homoseksualiteit kon ik naar anderen toe niets beginnen. 

Natuurlijk probeerde ik om iets van genegenheid bij vrouwen te vinden. Maar dat was vaak alleen maar vriendschappelijk, al probeerde ik er in zulke relaties wel meer gevoelens uit te slepen. Erg gemakkelijk ging me dat logischerwijs niet af. Ook had ik er soms zo erg behoefte aan dat iemand eens zou zeggen dat -ie me mooi of zelfs geil vindt. Maar dat gebeurde eigenlijk nooit. De enkele man die het dan wél een keer tegen me zei, geloofde ik niet, en ik dacht: “Ja, ja…. Jij wil alleen maar seks”. Dat hij me misschien wel écht lekker vond, nee, dat ging er bij mij niet in. 

Alles bij elkaar zou je kunnen zeggen dat ik ongelukkig was met mezelf, de situatie waarin ik me bevond. Maar ook met de kleine maatschappij waarin ik leefde en die me gevoelsmatig dwong te blijven zitten waar ik zat. 

De discriminerende opmerkingen nam ik op de koop toe en ik deed er zelfs aan mee om er toch vooral maar bij te blijven horen.

Hoe mijn leven veranderde na deze periode vertel ik in mijn volgende blog!

Heb je zelf ook wel eens gevoelens over zelfdoding? Heb je nu hulp nodig? Chat of bel 113 of gratis 0800-0113 kijk ook op www.113.nl

Voor al jouw vragen over seks: www.sense.info