BLOG Alfred – clown van de klas

Even voorstellen: Alfred de Jong, 53 jaar, en alweer heel wat jaartjes woonachtig in het mooie Zeewolde. Van oorsprong kom ik uit een klein dorpje helemaal boven in de provincie Groningen. Daar ben ik geboren en getogen en daar heb ik tot mijn 32ste gewoond.

Of ik misschien een blog wilde schrijven voor Bureau Gelijke Behandeling… Ik dacht: “Wie wil dat nou lezen joh?” Maar ach, misschien is het toch ook wel eens goed om af en toe eens je leventje te overzien. En ik deel graag, dus dan ook maar openbaar. Om nu die 53 jaar in één keer op te lepelen is natuurlijk niet te doen. Dan wordt het een boek, en geen blog. Dus dan maar beginnen met bij het begin: mijn jongste jeugdjaren.

In zo’n klein dorpje zit je je hele schooltijd met dezelfde groep kinderen in de klas. Dat was overigens geen grote klas, met maar zo’n 13 kinderen. Met bijna allemaal heb ik de tijd doorgebracht vanaf de kleuterschool tot wat toen nog de zesde klas heette (tegenwoordig groep 8). Het voelde als een veilige omgeving zonder al te grote bijzonderheden.

“Toch was er in mijn geval zeker iets dat mij anders maakte dan die andere twaalf.”

Ik was al heel vroeg een ‘dik jongetje’. Daar zijn wel een paar oorzaken voor aan te wijzen. Zo was ik altijd op pad en vooral volwassenen vonden mij een gemakkelijk, gezellig en grappig joch. En overal ving ik dus wel iets lekkers, of mocht ik mee-eten. Dik zijn is verder iets dat in mijn genen zit. Mijn moeder is ook altijd een ‘flinke’ vrouw geweest en in haar familie waren ze ook bekend met obesitas. En dan speelt natuurlijk ook nog mijn bourgondische aard mee!

Nu is het zo dat je als dik kind vaak het mikpunt van spot bent. Niet alleen bij andere kinderen, maar ook wel bij volwassenen. Ik nam mijn pesters vaak al zelf de wind uit de zeilen: ik deed maar vrolijk met ze mee. Vóór iemand een opmerking zou kunnen maken over bijvoorbeeld mijn uiterlijk, deed ik dat zelf al. 

“En zo had ik geregeld de lachers op mijn hand, al had ik ook best door dat dat ten koste van mezelf ging.”

Maar het zorgde er in elk geval voor dat ergere uitspraken achterwege bleven. Het was dus onbewust een vorm van overleven. Dat ‘pleasen’ en gek doen deed ik om de aandacht van mijn dik-zijn af te leiden. Als kind stond ik bij die manier van doen helemaal niet zo stil, en ik dacht dat mijn overgewicht toen helemaal geen issue was in mijn leven. Dat was het voor mijn moeder wel, bedenk ik achteraf. Zij ging namelijk talloze keren, samen met mij, op dieet. Soms met succes, vaak ook met als resultaat toch weer aankomen en uiteindelijk zwaarder dan ooit uit de strijd komen.  

“Onbewust ging ik op zoek naar plekken waar ik me prettig voelde en vrij kon zijn in hoe ik was.

En die waren er: in ons dorp woonde een heel lief echtpaar dat mij behandelde als hun zoon. Ik was altijd welkom, mocht meehelpen met het verzorgen van de dieren op hun boerderijtje en hun kinderen namen mij ook helemaal op. Zij zijn levenslang mijn ‘tweede vader en moeder’ gebleven. En ik zat ook geregeld bij mijn oma in Delfzijl. Toch moest je die veilige omgeving van tijd tot tijd ook weer uit, op weg naar school, of voetbal, of gymnastiek. En dan gleed ik als vanzelf weer terug in de rol van clown-ten-koste-van-mezelf.

“Terugdenkend is het wel verwonderlijk hoe een jong kind zich toch in alles staande weet te houden.

Het is, alles overziend, niet zo dat ik moet concluderen dat ik mijn vroege jeugd als traumatisch heb ervaren. Misschien speelt mijn positieve instelling hierbij ook wel een rol. Bij mij is het glas altijd halfvol, dat is voor zover ik kan bedenken ook altijd al zo geweest. Mijn beeld is vaak dat mensen geregeld uit een soort onbeholpenheid reageren. Ze weten niet wat ze moeten zeggen of doen, en kiezen dan maar voor de, voor henzelf veilige, uitweg. Uit angst om zelf beschaamd te raken, de ander schaamte toebrengen door middel van een foute grap.

Mijn volgende blog zal gaan over hoe ik me in mijn jeugd verder heb ontwikkeld. Zo ontdekte ik een aantal kanten van mezelf waarvan ik goed besefte dat ik die beter maar een beetje verborgen kon houden, want ‘zulke dingen doe je toch niet’?